Algemeen

De hersenbloeding verbeterde mijn leven.

Voorwoord

Een jaar of twee geleden bezocht ik mijn ouders, wonende te Pijnacker. In de auto op de weg terug naar Scheveningen passeerde ik een man in een scootmobiel en in mijn achteruitkijkspiegel herkende ik hem als, Jeroen. Ik stopte, keerde de auto om en als vanouds volgde een warme en positieve ontmoeting.

Ik leerde Jeroen kennen toen ik nog een kleine jongen was en zelf in Pijnacker woonde Met de vriendjes uit mijn straat voetbalden we tegen de kinderen van een andere straat en zo vond mijn eerste ontmoeting met Jeroen plaats. Het is niet dat we een zeer hechte band hebben opgebouwd maar ons dorp was maar klein, onmogelijk om elkaar niet af en toe tegen te komen. In 1992 verhuisde ik naar Scheveningen, werden de ontmoetingen schaarser, maar toch liep ik hem van tijd tot tijd tegen het lijf.

Warmhartig en positiviteit over en weer, typeer ik die ontmoetingen.

Nu ontmoette ik Jeroen, zoals gezegd in een scootmobiel en bleek hij halfzijdig verlamd. Zijn verhaal raakte mij enorm. Ik vond hem super inspirerend en vroeg hem of ik zijn verhaal mocht schrijven zodat ik het met iedereen kon delen? Hij stemde daar gelukkig mee in en dus spraken we snel na deze ontmoeting nogmaals af in een plaatselijk restaurant, zodat hij mij in alle rust zijn verhaal en prachtige levenslessen kon vertellen.

Veel plezier! Het woord is aan Jeroen.

Ik ben in Pijnacker opgegroeid en beschouw mijn lagere schoolleeftijd als heel gelukkig. In mijn herinnering speelde ik elke dag buiten en was ik zorgeloos. Daar kwam verandering in tijdens de periode op de middelbare school. Met mijn beugel en bril werd ik veel gepest en tevens was ikzelf ook veel aan het pesten.

Eigenlijk wist ik niet wat ik wilde gaan doen na de mavo maar ik was goed in scheikunde en biologie. Tijdens een open dag van de laboratoriumschool in Delft zag ik dat 80% van de studenten daar vrouwen waren. Dat was voor mij de doorslaggevende factor. Ik dacht, “dat wil ik.”

Het bleek een hele vrije opleiding en wanneer ik spijbelde en buiten een jointje zat te roken, kwamen de leraren erbij zitten. Aldus bleef ik 3 keer zitten in 4 jaar tijd en moest ik van de opleiding af.

De dienstplicht greep mij in mijn kraag en ik sleet mijn dagen daar als chauffeur. Mensen vervoeren tussen de in Den Haag aanwezige kazernes en het Centraal Station. Voor mij was het eigenlijk een gewone baan want ik kon thuis bij mijn ouders blijven wonen. Ik startte met een MTS opleiding in de avond, beoefende mijn hobby volleybal en het liefst spendeerde ik de rest van mijn vrije tijd met vrienden in de kroeg. Eenmaal uit de militaire dienst ging ik aan de slag als vrachtwagenmonteur en op mijn 24e werd ik computertekenaar.

Hoewel destijds vooral de aanwezigheid van vele vrouwen de keuze voor mijn opleiding bepaalde, had ik in mijn leven nog van geen enkele relatie mogen genieten. Als ik op mijn 27e eindelijk het ouderlijk huis verlaat, komt daar meteen verandering in. Grappig nu ik erop terugkijk dat die eerste relatie precies even lang duurde als het verblijf in mijn eerste huis, 3 jaar. En mijn tweede relatie duurde precies even lang als mijn verblijf in mijn tweede huis, 10 jaar.

De hersenbloeding

Ongeveer een jaar voordat mijn tweede partner en ik uit elkaar gingen lag mijn leven plotseling letterlijk op zijn kop. Tijdens de seks, precies op mijn hoogtepunt, viel ik uit bed en meteen kon ik de helft van mijn lichaam niet bewegen. Ik had ook duidelijk iets horen knappen in mijn hoofd.Tegen mijn partner zei ik nog, “zet mij maar even onder de douche.” Dat ging echter met geen mogelijkheid en mijn partner is het huis uit gerend naar de buurvrouw. Gelukkig was zij verpleegster en heeft ze de ambulance gebeld.

Daar lag ik dan naakt te wachten maar dat interesseerde mij geen reet want ik wist meteen dat dit niet goed zat. De ambulance vervoerde mij naar het Westeinde ziekenhuis in Den Haag en na een maand werd ik overgebracht naar het Revalidatiecentrum van de Sophia Stichting, ook in Den Haag. Gelukkig verliep mijn herstel zeer voorspoedig en na twee maanden mocht ik naar huis. Met de maand ziekenhuis was ik drie maanden van huis geweest en hoewel ik nog niet volledig was hersteld, zag het er goed uit. Drie keer per week ging ik nog naar het revalidatiecentrum waar ik afspraken had met de fysiotherapeut, de psycholoog en een maatschappelijk werker.

Destijds was ik erg snel vermoeid, mondeling agressief en had concentratieproblemen. Mijn korte lontje zorgde voor een grote druk op de relatie.

Ik ervoer het als een zeer heftige periode en dat terwijl ik eigenlijk voor mijn werk naar Angola zou gaan als projectleider. Zelf wilde ik dolgraag het project alsnog oppakken maar ik mocht maar halve dagen werken en dat was niet met elkaar te verenigen. Ik vond dat enorm jammer maar kon nu wel hard doorwerken aan mijn herstel.

Ongeveer een jaar later was ik volledig hersteld.

Helaas

De artsen vertelden mij echter dat de kans op een nieuwe hersenbloeding zeer groot was en om het gevaar te beperken wilden ze mij bestralen. Ik heb daarmee ingestemd en helaas is het toen echt fout gegaan. Een belangrijke zenuw voor mijn linkerarm en -been is geraakt en die zenuw is gestorven. Vanaf dat moment was ik blijvend halfzijdig verlamd en kon ik weer naar het revalidatiecentrum.

Mijn relatie overleefde deze periode niet en ik vond het erg pittig omdat ik haar moest uitkopen. Daar ik deels arbeidsongeschikt was verdiende ik veel minder en kwam ik zeer krap te zitten. Ik verloor mijn vrienden en eigenlijk was ik op alles boos. Iedereen moest zich aan mijn tempo aanpassen. Ik voelde me beperkt, niet volledig, bezwaard en beschaamd. Ik twijfelde aan mezelf, aan alles.

Zou ik mijn gram gaan halen op hen die de fout met bestralen hadden gemaakt?

De ‘melaatste’

De ontmoeting met een nieuwe maatschappelijk werker veranderde veel, zo niet alles in mijn leven. De man bewoog zich ‘als een melaatse’ voort, als gevolg van kinderpolio. Maar hij had de gave om altijd vrolijk en positief te zijn. Samen zagen we in dat een strijd om mijn gelijk te krijgen mijn leven niet zou verbeteren. Alleen al de gedachten aan de ‘procestijd’ en alles wat het met zich mee zou brengen. Wij schatten het positiever in om mijn eigen leven weer op te pakken. De man, eigenlijk zijn gemoedstoestand, was een groot voorbeeld voor mij en ik maakte de keuze om precies zoals hem door het leven te gaan.

Vanaf dat moment zag ik ook de scheiding als positief. Mijn focus kon nu volledig op mijn eigen herstelperiode en ik leerde de Jeroen te zijn die ik wilde zijn. ‘Gezond’, vrolijk en positief. Totaal niet zielig om wat is gebeurd.

Inzichten

Ik zag in dat elke twijfel, bijvoorbeeld over mijn vrienden, alleen twijfel was over mezelf. Men zegt vaak,”in zo’n situatie leer je je vrienden echt kennen.” Ik vind van niet. Nee, alles is een weerspiegeling van jezelf. Je kunt alleen jezelf veranderen. Ikzelf was de persoon die moeite had met de situatie. Toen ik dat doorhad en weer stappen zette richting mijn vrienden, bleek de verhouding niks veranderd en floreerde onze vriendschap net als die altijd had gedaan.

Alles bleek slechts een afspiegeling van mijn eigen inzet.

Mijn leven is door de hersenbloeding zoveel mooier geworden. Ik ervaar nu veel meer vrede. Ik heb het idee dat ik juist door mijn hersenbloeding de levenservaring heb van een 75 plusser. En zeg nou zelf, wat is voor mij nu nog een probleem?

Volgens mij is er geen probleem zo groot als je eigen grootste probleem. En ik heb nu zelf alle problemen wel gehad. Mijn relativeringsvermogen is enorm gegroeid en dat zie ik als de oplossing van elke uitdaging waardoor ik nooit bij de pakken neer zit.

Ik merk dat ik bij iedereen met wie ik in gesprek ga, na 10 minuten denk, “met jou zou ik niet willen ruilen.” Men maakt zich vaak zo druk om schijnbaar negatieve zaken.

Volgens mij draag je veel meer bij aan de samenleving als je positieve gedachten achterlaat.  En dat komt dan weer bij je terug. Mensen vertellen mij dat ze mijn houding fijn vinden en dat maakt mij weer blij.

Natuurlijk zit ik ook weleens in een ‘dip’ maar eigenlijk geef ik daar weinig aandacht aan. Ik weet dat het altijd overgaat. Wanneer ik me kut voel ga ik er juist opuit om de tijd te doden tot  ik me niet meer kut voel. Ik zoek juist mensen op. Ik heb geleerd dat wanneer je in je eentje gaat zitten mokken, de dip alleen maar langer duurt.  

Geef jezelf zoveel mogelijk ‘feel good’ input, is mijn levensmotto.

Nog één. Laat jezelf zien, no matter what.

Sluit je nooit op tussen 4 muren, je bent geen zielige jongen. Het zit allemaal in je hoofd. Dat zou ik weleens willen schreeuwen naar alle ‘ziek, zwak en misselijken’, maar dat heeft geen zin. Iedereen moet dat voor zichzelf ontdekken. En ik geloof dat gebeurtenissen als die ik heb meegemaakt daar heel goed bij kunnen helpen. Maar is dat werkelijk nodig? Moet je eerst zoiets meemaken? Je kan het toch ook nu al beseffen? Dit moment.

Waar het volgens mij om gaat? Dat je uitzoekt wat je echt  belangrijk vindt je leven.

Voor mij waren het hoofdzakelijk mijn vrienden en dat ik onder de mensen kon zijn. Volleyballen kon ik niet meer maar ik wilde perse weer met mijn vrienden de kroeg ik, waar ik altijd zoveel van genoot. In het begin lukte dit helemaal niet. Ik was meteen overprikkeld. Maar ik ging mezelf trainen door de tijd langzaam op te voeren en mij volledig te focussen op het gesprek met een vriend. Steeds langer kon ik het volhouden zonder die overprikkeling.

Hetzelfde gold voor lezen. Alles danste voor mijn ogen en ik kon de regels niet vinden. Ook hier heb ik me letter voor letter weer in getraind en tegenwoordig kan ik weer lezen en de kroeg in als in mijn beste jaren. Eigenlijk zijn die beste jaren, nu.

Wanneer je weet wat je echt belangrijk vindt, leuk vindt, dan geef je dat al je energie. De rest laat je achterwege.Dan zal je nooit vermoeid zijn want je doet alleen wat je leuk vindt.  Je hebt in je leven bijna niks nodig, alleen dat wat je leuk vindt.

Het draait om de leuke dingen. Geef jezelf feel good input.  

Dank je Jeroen!

Nawoord

Nu, 9 jaar na het bijzondere hoogtepunt in zijn leven, voegt Jeroen ook ook weer de daad bij het woord wat betreft uitgaan met vrouwen. Hoewel hij geen enkele vrouw bij voorbaat uit de weg zou gaan, date hij wel meestal lotgenoten. Dames met een soortgelijke aandoening hebben verstand van zaken. Ze delen dezelfde ervaringen en herkenning zichzelf in de ander. Er is meer acceptatie en er zijn veel raakvlakken, alleen al het fysieke gedeelte.

Daarnaast onderhoudt hij veel leuke contacten met eenieder die daarvoor openstaat.

Jeroen is in Pijnacker een graag gezien vent, waar hij maar gaat.

 

Ik ben benieuwd naar jouw mening!

%d bloggers liken dit: