Algemeen

Over het lichaam, waar gebeurd?

lichaam ontmoeting

Tijdens onze reis hier op aarde hebben we een prachtig vervoermiddel gekregen. Dat is ons lichaam. Omdat wij dit lichaam hebben kunnen we het leven in zijn volle glorie ervaren. We kunnen ruiken, we kunnen voelen, we kunnen ons verplaatsen.

Ontmoeting met Arie

Arie!

Arie!

Kom hier! Sorry hoor! Arie kom. Ariieeee.

Terwijl ik over het grasveld loop om een foto te maken van de plek waar ik nu uithang, springt een jonge hond als een jonge hond om me heen en tegen me aan. Vroeger zou ik dan bukken, aaien, spelen en met een vriendelijke stem tegen de pup kletsen. Maar door Ceasar the Dog wisperer heb ik me laten vertellen dat dit niet de passende manier is om te handelen. Ik moet bepalen wanneer er gespeeld wordt en mijn kleren laten bevuilen door zijn enthousiasme is al helemaal uit den boze. ‘Tsss’ behoor ik nu te zeggen terwijl ik de hond een stevige por geef. Maar dat durf ik niet. Voor mezelf voelt dat als tegennatuurlijk en wat zal zijn bazin van mij denken? Gevolg van al die extra ‘dogwisperer – wijsheid’ is dat ik veel teveel in mijn hoofd zit en helemaal niet van het contact met die leukerd geniet.

Arieee! Sorry hoor.

Geeft niet.

Ariiieee.

En weg is Arie.

Eenmaal bij zijn bazin krijgt hij nog een mondelinge reprimande maar tegelijkertijd knuffelt ze zijn hoofd. Hij zal er waarschijnlijk niet veel van leren op deze manier en misschien is dat maar goed ook. Het is goed mogelijk dat zij haar Arie ook alleen maar terugriep omdat haar gedachten haar wijsmaakten dat ik het niet leuk zou vinden?

Heerlijk eigenlijk om Arie te zijn. ‘He, daar loopt een vriendelijk wezen.’ Joehoe, vriendelijk wezen, zullen we spelen? Sprint erop af vol goede bedoelingen. Spring, stuiter, tong uit de bek. ‘Joehoe, ik vind je lief, pak me dan.’ Arie kent geen gedachten die tegen hem praten in de vorm van ‘Ja maar’. ‘Wat als,’ heeft hij nog nooit gehoord en ‘ik zou toch moeten’ is hem volledig vreemd. En zelfs als die vriendelijke snuiter waar hij zijn enthousiasme aan toont, wel teveel toegesproken wordt door de ‘ja maars’ en ‘wat alsen’ , voelt hij zich niet afgewezen of beledigd en rent vrolijk verder om een ander vriendelijk wezen liefde te geven. Arie geeft zichzelf gewoon altijd. Handig, hoeft hij nergens bang voor te zijn.

Zo, terwijl Arie weer een stuiterende sprint inzet, blijmoedig de vrijheid tegemoet, ga ik op een bankje in de zon zitten. Mijn rugzak zet ik naast me op de grond en haal mijn lap top eruit. Net als ik de lap top openklap is daar van achter mij plotseling weer een hond. Hij, neem ik aan, kijkt me niet aan maar loopt meteen door naar mijn blote voeten om eens lekker te snuffelen. Dit is duidelijk een ouwetje. Een soort langharige tekkel met grijze snorharen. Grappig gevoel wel die natte neus en kriebelende haren aan mijn tenen.

‘Mag ik even naast u zitten?’

Aan de andere kant van het bankje steunt een ander ouwetje op de leuning. De dame heeft korte zilvergrijze haren en in beide oorlellen een bruin knopje. In dezelfde kleur draagt zij een ketting van allemaal losse steentjes. Haar blouse zonder knopen, meer een soort zijden pullover, is kleurrijk met daarop roze en paarse bloemen. Haar ogen vallen me op. Bruin,  waarschijnlijk heeft ze daar haar oorbellen en ketting op afgestemd? Of is wat mij opvalt de uitstraling van de ogen? Open en liefdevol zijn de woorden die ik eraan kan  verbinden.

Natuurlijk mevrouw, gaat u zitten.

Vriendelijk van u meneer.

Rustig gaat ze zitten, sluit haar ogen en kantelt haar gezicht in de richting van de zon.

‘Heerlijk, toch meneer, de nazomerzon?’

‘Zeker weten’ antwoord ik.

De hond is ondertussen half op mijn voeten gaan liggen, maar ik vind het wel best.

“ U duwt haar wel weg als u last van haar heeft, toch? Vraagt ze mij met haar gezicht nog in dezelfde houding.

Zal ik doen. Het voelt eigenlijk wel fijn, zo. Het is een zij? En hoe heet zij dan?

Dat ouwetje dat zo pontificaal op uw voeten is gaan liggen heet Tilly. Bent u schrijver? Vraagt ze terwijl ze mij aankijkt.

Dat zou ik wel heel graag willen, mevrouw. Lekker de hele wereld als mijn kantoor beschouwen en in alle vrijheid verhalen tikken.

Dan bent u dus schrijver. En laat dat mevrouw maar weg, mijn naam is An. Van Antoinette, maar zo noemt niemand mij. Ze steekt haar hand naar mij uit en dat gebaar beantwoord ik. Tom, gewoon van Tom, zeg ik met een glimlach.

Tom de schrijver, zegt zij terwijl ze mijn hand nog even vasthoudt. Ja, ik zie de boekpresentaties van Tom de schrijver al voor me. Gefeliciteerd met je gigantische succes, Tom.

Nou, nou, probeer ik haar enthousiasme wat te temperen. Ik verdien er nog niks mee.

Zo? Tom de schrijver, zegt ze met plotseling veel kracht in haar stem. Het gaat er helemaal niet om waar jij nu, op dit moment, geld mee verdient. Het gaat erom wat jij het allerliefst doet met je tijd. En is dat voor jou schrijven of niet?

Jazeker wel!

Nou, het beste wat jij voor jezelf dan kan doen is jezelf vanaf vandaag schrijver noemen.

Plotseling staat Tilly op en de nagels van haar poot voelen wat minder fijn aan mijn voet. Wat een activiteit ineens. Met haar oude, gedrongen lijf blijkt ze toch in staat tot een flinke spurt. Dreigend blaffend heeft ze het voorzien op een oud en kromlopend heertje. Het lijkt mij een Indische man en hij gaat gekleed in een net legerpak, compleet met onderscheidingen en al.  Het mannetje is blijkbaar flink onder de indruk van Tilly want hij draait zich om en probeert zijn wandeltempo zo goed als het gaat te verhogen. Niet te geloven. Terwijl Tilly zelfs heel even zijn broekspijp te pakken heeft, zit An naast mij te gniffelen.

Verbaasd kijk ik haar aan. Ze knipoogt naar me en roept dan haar bloeddorstige monster terug. Tilly laat de broekspijp meteen los maar zorgt er met haar geblaf wel voor dat het heertje flink de pas erin houdt. Pas als ze vindt dat de man ver genoeg van ons vandaan is houdt ze op en sjokt ze weg om een kijkje te nemen bij het slootje voor ons. Ze is weer helemaal haar oude zelf.

Wat was dat in hemelsnaam, An? En je liet haar gewoon begaan?

Net goed. Dat heerschap met al zijn decorstukken is een soort van bekendheid hier in het park. Een oude viespeuk is het. Hij probeert alle loslopende vrouwen te imponeren met zijn onderscheidingen. Jong, oud, maakt niet uit. En wanneer je heel even met hem praat begint hij met allemaal oneerbare voorstellen. Tilly voelt haarfijn aan dat hij niet te vertrouwen is en wil hem niet bij mij in de buurt hebben.

Hmm, handig, zo’n waakhond. Je zou het niet zeggen als je haar nu weer zo ziet.

Never Judge a book by its cover. En dat spreekwoord wil ik nu helemaal op jou gebruiken, schrijver Tom..

Maar An, als mensen vragen wat je doet dan verwachten ze toch dat je datgene zegt waar je geld mee verdient?

Tom, schrijver Tom. Wat je doet is helemaal niet belangrijk. Het gaat erom wat je bent! Knoop dit voor altijd in je oren. Wat je bent is wat telt.

Ik zal het onthouden.

Ze leunt wat in mijn richting en pakt mijn rechterhand vast. Ze omvat hem zelfs met twee handen en kijkt me indringend aan. Onthouden is niet genoeg schrijver Tom, je moet er echt werk van maken. Elke cel van je lichaam moet weten dat jij schrijver bent.

Mevrouw, wilt u een beetje voorzichtig zijn met mijn hand? Die is zeer belangrijk voor een wereldberoemd schrijver als ik.

Lachend laat An mijn hand los en ze neemt haar ontspannen positie weer in. Goed zo. Nog veel beter. Niet gewoon schrijver maar wereldberoemd schrijver. That’s the spirit.

Nu keer ik me naar haar en leg één hand op haar schouder. Waarom is het eigenlijk zo belangrijk dat ik me identificeer met wat ik het liefst doe?

Ze legt haar hand boven op mijn hand, sluit haar ogen en laat haar gezicht weer vertroetelen door de zon. Het is meer dan wat je het liefst doet. Het is wat je bent. Je moet het Universum laten weten wie je echt bent. Wanneer jij bijvoorbeeld altijd zegt dat je niet slim  bent dan geeft het Universum jou meer van de ervaring die jij blijkbaar wenst. Hetzelfde gaat op voor iemand die veelvuldig uitspreekt dat hij ongelukkig is. Ook die krijgt meer van de ervaring die hij blijkbaar wenst. Het Universum geeft je gewoon waar jij je aandacht op vestigt. Het Universum houdt zielsveel van je. Ze wil niks liever dan al jouw dromen laten uitkomen. Geloof jij hierin, Tom?

Ja, ergens wel.

An kijkt me aan en zegt, ‘laat dat ergens alsjeblieft los’. Ergens laat ruimte voor twijfel. Gooi al die twijfel overboord. Het Universum is dol op je, ze heeft je lief. Ze geeft je alles wat je verlangt. Spreek daarom alleen over wat je wel wilt in je leven. Zie wie je werkelijk bent. Droom grootse dromen en bedank haar elke dag dat zij ze laat uitkomen.

Ik laat haar schouder los en leun achterover. De zon voelt heerlijk op mijn gezicht. An neemt dezelfde houding aan en daar zitten we dan, twee van tevredenheid gloeiende lotgenoten. Tilly komt ondertussen weer in onze richting dribbelen en geeft bijzonder weinig aandacht aan de twee honden die haar besnuffelen. Ze blijft hooguit een seconde staan, kijkt niet op of om en loopt dan weer door. De honden zetten een sprintje in om de eenden aan de waterkant te pesten.

Tilly stopt vlakbij onze voeten en kijkt omhoog. Het lijkt alsof ze nadenkt over het feit of we hier nog lang gaan blijven? Dan dribbelt ze langs ons heen en ik draai mijn nek om haar te volgen. Ze snuffelt wat in het gras achter het bankje en op een gegeven moment draait ze drie rondjes op dezelfde plek voordat ze neerploft in de schaduw. Eventjes tilt ze haar koppie nog op om ons in zich op te nemen en dan neemt ze de volledige rustpositie in. Haar ogen rollen nog wel soms even omhoog waarmee ze ons in de gaten kan houden.

Het is een eigenwijze oude lieverd, zegt An. Net als haar baasje. Ze is al bijna 20 jaar in mijn leven wat echt een wonder is.

20 jaar? Dat is toch mega oud voor een hond?

Ja, ze is echt ongelooflijk oud. Ze is absoluut een wonder. Hoe jong denk je trouwens dat ik ben?

Haha, ik hou helemaal niet van die vraag. Maar vooruit, 70 jaar.

Jij schrijft zeker romans. Vleier. Kijk eens goed.

Ditmaal neem ik iets langer en serieuzer de tijd om An in me op te nemen. Ze zal waarschijnlijk dus een stuk ouder zijn, denk ik. Maar toch vind ik 70 wel bij haar passen. Ik denk toch 70 An.

89 Tom. Ik ben 89 jaar jong.

Wauw. Je bent al net zo ongelooflijk als Tilly. Wat is je geheim?

Weer draait ze in mijn richting en pakt mijn hand met twee handen vast. Blijkbaar doet ze dit wanneer ze een belangrijke wijsheid gaat overbrengen. Ik draai me nu ook heel interactief in haar richting en kijk haar minstens net zo indringend aan als zij mij. Voordat zij iets kan uitspreken zeg ik , ‘zeer benieuwd naar wat je mij gaat vertellen’.

We lachen allebei.

Ja, zegt An, ik heb een aantal van die ingeslepen ‘maniertjes’. Deze heb je al heel snel in de gaten. Dromen, wereldberoemde schrijver Tom. Altijd gaan voor je grootste dromen. Geef je dromen nooit op. Dat is ‘the secret’ voor een blakende gezondheid.

Jeetje, vast geen toeval dat jij juist nu praat over een blakende gezondheid die samengaat met het uitvoeren van je grootste dromen. Ik heb net mijn vader naar het ziekenhuis gebracht, daarom zit ik hier.

Oh jeetje, wat is er mis met hem?

Hij heeft veel last van zijn ogen en in de laatste jaren al een paar operaties ondergaan. Vandaag moeten we hier zijn voor controle en dan ga ik altijd even hier in het park zitten.

Ze laat mijn hand los, leunt achterover, sluit haar ogen en laat haar gezicht weer door de zon liefhebben. Ik doe hetzelfde. Wat een heerlijke houding is dit eigenlijk. Als ik alleen ben ga ik toch niet vaak zo zitten. Soms ben ik dan toch teveel bezig met wat de voorbijgangers van mij denken. Hier zittend, samen met An, komen die gedachten helemaal niet in mijn hoofd op.

Die overvolle ziekenhuizen. Dat is nou precies de reden waarom jij jezelf vanaf nu neerzet als de wereldberoemde schrijver Tom. Ik draai mijn lijf volledig in de richting van An en laat één arm over de leuning van de bank hangen. Onderzoekend kijk ik haar aan terwijl zij blijft zonnebaden.

Op het moment dat we onze dromen laten varen gaan we dood jongen. Dat is DE reden waarom ons lichaam zo vreselijk snel achteruit gaat.

Plotseling wordt mijn aandacht getrokken door iets nattigs aan mijn hand. Het is Tilly die is opgestaan en mij met haar tong wat liefde geeft. Of misschien likt ze door de boterham met kipfilet die ik deze ochtend heb gegeten? Ik aai even over haar harige hoofdje. An, nog steeds aan het zonnebaden, gaat verder met haar uitleg.

Het lichaam is ons vervoermiddel

Tijdens onze reis hier op aarde hebben we een prachtig vervoermiddel gekregen. Dat is ons lichaam. Omdat wij dit lichaam hebben kunnen we het leven in zijn volle glorie ervaren. We kunnen ruiken, we kunnen voelen, we kunnen ons verplaatsen. Als je erover nadenkt kunnen we van zo oneindig veel dingen genieten omdat we dit lichaam hebben. Maar de allergrootste reden waarom we dit lichaam hebben is om uit te voeren wat de ziel wil. De ziel is je ware aard. Het onzichtbare is belangrijker dan het zichtbare. De onzichtbare verlangens en dromen die zichtbaar willen worden. Daarom zijn we hier. Zichtbaar maken wat eerst nog onzichtbaar is. Als we daar geen gehoor aan geven dan hebben we ons vervoermiddel ook niet meer nodig. Dan sterft het af.

Wauw. Het voelt zo waar wat je me nu vertelt.

Ze opent haar ogen en draait zich ook helemaal naar mij. Weer de twee handen om mijn hand waardoor we beiden glimlachen. Het voelt voor mij fijn dat onze ogen volledig op elkaar gefixeerd zijn. Wat doe jij nu om geld te verdienen Tom, als ik vragen mag?

Natuurlijk, ik ben. Ik wil verder praten maar bedenk me. Ze heeft het door en haar glimlach verbreedt zich over heel haar gezicht. Ik ben schrijver! En momenteel geef ik personal training aan mensen om geld te verdienen.

Oh, dat is ook mooi. Dus je helpt graag mensen?

Ja, ik geloof van wel.

Dat is zeker goed werk wat je doet. Maar weet je waar je de mensen echt mee kan helpen? Met je schrijven.

Fijn dat je dat zegt, An.

Voor mij heel duidelijk hoor. In je schrijven zit jouw ware energie. Daar verspreidt jij het meeste liefde mee. En dat is altijd de wens van de ziel. Liefde verspreiden, want de ziel is liefde. Alle mensen moeten voor zichzelf uitvinden waar zij het meest de ziel mee verspreiden. Dat is te vinden in hun dromen en verlangens. Begrijp me niet verkeerd, wat jij nu doet om aan geld te komen is ook een zeer mooie bezigheid. Ik raad zelf ook iedereen aan om heel goed voor het lichaam te zorgen door dagelijks te bewegen en gezond te eten. Ik maak graag de vergelijking tussen ons lichaam en een auto. Wil jij ‘m horen?

Heel graag.

Ondertussen heeft Tilly haar plekje op mijn blote voeten weer ingenomen. Zowel An als ik kijken even vertederd naar dat ouwetje.

Je hebt een vredige energie Tom. Honden hebben een feilloze mensenkennis. Eigenlijk zien ze de mens niet maar de energie achter onze menselijke gedaante. Tilly geniet van jouw aanwezigheid en ik ook.

Super lief van je om dat te zeggen. Ik ook van die van jullie en dat zeg ik niet omdat dit moet uit netheid. Maar nu de auto en ons lichaam? Oh, wacht even An, mijn telefoon gaat.

Ja, natuurlijk pa. Ik kom eraan. Hoe lang dat duurt? Ik ben in het park gaan zitten, best dichtbij het ziekenhuis. Tien minuten. Ja dat is wel een goed idee, pa. Drink jij een koffie in het restaurant en dan pik ik je daar op. Sorry? Nee, doe maar je eerste plan, pa. Drink heel rustig een koffie en wanneer je nog niet klaar bent als ik kom dan wacht ik even. Dat is prima. Tot zo.

Schrijver, schrijver, schrijver Tom. Je gaat je vader halen. Vind je het leuk als Tilly en ik je nog een stukje vergezellen?

Of ik het leuk vind? Jullie moeten. Ik wil natuurlijk nog wel je verhaal over het lichaam en de auto horen.

Maar let wel, twee van die ouwetjes aan je zijde lopen niet meer zo snel. Kom je dan niet te laat bij je vader?

Nou, ik weet 100% zeker dat mijn vader er ook nog een saucijzenbroodje bij besteld en dat ik dadelijk nog op hem moet wachten. Leer mij die ouwe kennen.

Terwijl ik ga staan en aanstalten maak om weg te lopen heeft Tilly mijn hint nog niet helemaal begrepen. Ze blijft gewoon op mijn voeten liggen.

Geef haar maar gewoon een zetje hoor, zegt An, soms heeft ze wat aansporing nodig. Ze staat zelf ook op en haakt zonder het te vragen één arm bij mij in.

Ik til mijn voet op en zet Tilly daarmee op haar pootjes. Wel een grappig gezicht eigenlijk.

Kom ouwetje, naar huis, moedigt An haar trouwe viervoeter aan en Tilly trippelt zowaar voor ons uit.

De weg naar huis weet ze wel. Ze is altijd blij als we weer naar huis gaan. Zo breng je jouw oude vader naar het ziekenhuis en het volgende moment loop je met een knappe jonge godin aan je arm. Dat had je vast niet verwacht?

Niet alleen jong en knap, ze is nog grappig ook, antwoord ik. Een dodelijke combinatie. En wijs niet te vergeten. Kom maar op met je verhaal.

De auto heeft benzine nodig om te kunnen rijden. En gooi geen diesel in een benzine motor, wel de juiste brandstof. Olie en water zijn ook nodig. Daarnaast bestaat de auto uit vele onderdelen die afzonderlijk van elkaar niet zoveel kunnen. Alle onderdelen zijn nodig. Valt een onderdeel uit dan doet de auto het niet goed meer, of helemaal niet meer. Waarschijnlijk zie je de overeenkomsten met ons lichaam wel toch?

Jazeker, het is een mooie vergelijking.

Goed dan ga ik verder. Het is slim om de auto af en toe schoon te maken en te onderhouden. Dat zorgt ervoor dat we zolang mogelijk van de auto kunnen genieten.

Mooi, was dat ‘m?

Ondertussen zijn we bijna bij de uitgang van het park en Tilly die een stuk voor ons uit is gedribbeld, blijft netjes daar staan. Ze kijkt niet op of om en gaat ook niet liggen dit keer. Ze staat gewoon roerloos te wachten.

Tom, een auto kan nog zo geweldig zijn. Alle onderdelen prefect op elkaar afgestemd. Mooi schoon gehouden en altijd in een garage gestald. Maar toch is de auto helemaal niks waard zonder de bestuurder. Zonder de bestuurder is de auto een levenloos stuk blik.

Helemaal waar, helemaal waar.

Precies hetzelfde geldt voor ons lichaam. Ons lichaam is het allermooiste vervoermiddel dat we ooit op deze aarde zullen aantreffen. Met zoveel vernuft en op elkaar afgestemde onderdelen. Natuurlijk moeten we het schoonmaken, goed onderhouden en vullen met de juiste brandstof. Maar zonder de bestuurder is het lichaam ook een, even oneerbiedig gezegd, nutteloos stuk blik.

Wauw, mooi gezegd An. En de bestuurder is dan de ziel?

Precies! Goed. De ziel wil hier op aarde dit superdeluxe vervoermiddel gebruiken om naar al die ervaringen te gaan waar ze heen wil gaan. En vooral zichzelf, liefde verspreiden.

Hmmm An. Jouw woorden zetten me wel aan het denken. Want dan klopt er dus helemaal niks van onze fixatie op het lichaam?

Inderdaad, helemaal niks. Wij zijn zo vreselijke gefixeerd op de prestaties en vooral het uiterlijk van ons vervoermiddel, dat we de reden van ons verblijf op aarde volledig uit het oog zijn verloren. De norm is een soort Ferrari geworden en het geeft ons veel stress wanneer we die niet hebben. Trouwens ook als we die wel hebben want dan willen we die behouden. Nog erger. Wij houden zelfs heel veel wedstrijden die gaan over de schoonheid en prestaties van dit vervoermiddel. Het zal vast niet met kwade intenties zijn maar dit soort evenementen bewerkstelligen verdeeldheid tussen de mensen.

Verdeeldheid komt voort uit het ego. Het ik. Ik ben beter, mooier, sterker, knapper, slimmer dan jij.  Angst, pure angst. Verdeeldheid is nooit de wens van de ziel, de ziel wil verbinding. De ziel is liefde. Eigenlijk is er maar één ziel waar wij allemaal onderdeel van zijn. Dus je begrijpt dat de ziel, de ware bestuurder, alle auto’s met elkaar in verbinding wil brengen in plaats ze van elkaar af te scheiden.

Lees het blog De ware reden achter onze lichamelijke problemen

Jemineetje, wat een prachtige wijsheid heb je mij vandaag gegeven.

Schrijver Tom. Je doet er goed aan om mensen te begeleiden die hun vervoermiddel totaal verwaarlozen. De ziel heeft immers dit vervoermiddel nodig. Verder is onderhouden ook helemaal prima. Maar schoonheidsidealen? Of topprestaties leveren? Help mensen liever in het vinden van de ware reden waarom ze hier op aarde zijn. Die reden heeft altijd te maken met liefde, met verbinding. Nooit met verdeeldheid. Nooit met het ik dat zich zo graag wil afscheiden van de anderen. Misschien kan je een verhaal schrijven over onze ontmoeting?

Nou, ik zou niets liever doen. Dus je vindt het goed?

Jazeker, onder één voorwaarde. Ik zou het hartstikke leuk vinden als je het ook naar mij stuurt. Dan kan ik het aan Tilly voorlezen. Heh, ouwetje.

We zijn bij Tilly aangekomen en An bukt om haar een aai over het bolletje te geven. Ik krijg een vette glimlach op mijn gezicht van dit vertederende gebaar. Twee van die heerlijke oude karren, eh knarren. Nadat ik Tilly ook nog even over haar bolletje heb geaaid en An een dikke knuffel heb gegeven, wandel ik met haar email adres en telefoonnummer op zak het ziekenhuis in.

Daar tref ik mijn vader aan tafel met een bakkie koffie en, zo voorspelbaar, een saucijzenbroodje.

He pa, ik heb zojuist toch een bijzonder mens ontmoet!

Ik ben benieuwd naar jouw mening!

%d bloggers liken dit: